Niet de brug, maar heel Arnhem was het doel van de Britten

in Algemeen/Arnhem/Voor de slag/Wat je niet wist over de Slag om Arnhem

De Slag om Arnhem was onderdeel van de grote geallieerde operatie Market Garden. Via luchtlandingen moesten bruggen in Nederland worden veiliggesteld. Geallieerde grondtroepen zouden vervolgens via een corridor van Eindhoven naar Arnhem rijden.

Vanaf Arnhem zouden de geallieerden daarna eenvoudig Duitsland binnen kunnen trekken, zonder strijd te hoeven leveren bij de gevreesde Duitse Siegfriedlinie.

Het plan van de Britse maarschalk Bernard Montgomery was gewaagd, gedurfd en riskant. Toch ging de behoedzame geallieerde commandant Dwight Eisenhower begin september akkoord met de plannen. En daar had hij goede redenen voor.

Duitsers in chaos
Na de moeizame strijd na D-Day in juni en juli in Normandië, hadden de geallieerden in augustus heel Frankrijk en het grootste deel van België weten te bevrijden. In de Sovjet Unie hadden de Russen in die periode tijdens Operatie Bagration de Duitse Legergroep Centrum nagenoeg vernietigd.

De Duitse verliezen zowel aan het westfront als aan het oostfront waren enorm en het Duitse leger was op alle fronten op de terugtocht.

Het geallieerde opperbevel was er begin september 1944 van overtuigd dat het Duitse leger in chaos verkeerde. Dolle Dinsdag in Zuid Nederland bevestigde dat beeld alleen maar. Met een snelle beslissende aanval kon de Duitse verdediging definitief worden gebroken, was de gedachte. De oorlog zou dan met kerst 1944 voorbij kunnen zijn.

Niet één, maar vier bruggen
Om gebruik te maken van het momentum, werden de plannen voor Operatie Market Garden in een paar weken tijd in elkaar gezet. Achteraf kan gesteld worden dat de haast die met het plan gepaard ging, de uitwerking geen goed heeft gedaan. Maar achteraf is het altijd makkelijk.

De geallieerden hadden gelijk dat het Duitse leger begin september 1944 in chaos verkeerde. Maar doordat de geallieerden in september, mede door lange aanvoerlijnen vanuit Frankrijk, geen grote gevechten leverden met de Duitsers, hadden de goed georganiseerde Duitsers een paar weken later hun zaken alweer redelijk op orde.

En dat heeft de uitkomst van de Slag om Arnhem sterk beïnvloed.

Arnhem was het hoofddoel van operatie Market Garden, maar de Rijnbrug was niet het enige hoofddoel voor de Britse luchtlandingstroepen, zoals veel mensen denken.

Het originele plan was veel ambitieuzer dan alleen het veroveren en verdedigen van de Rijnbrug. De Britse airbornes zouden niet één, maar vier verschillende bruggen moeten veroveren.

In de oorspronkelijke aanvalsplannen stond dat de Britse airbornetroepen naast de Rijnbrug nog drie andere bruggen in Arnhem en omgeving moesten veiligstellen.

De spoorbrug bij Oosterbeek, de schipsbrug aan de Rijnkade en de brug over de IJssel bij Westervoort zouden ook door de Britse troepen veroverd en verdedigd moeten worden, tot zij vanuit het zuiden ontzet zouden worden door de geallieerde grondtroepen.

Perimeter
Om al die vier doelen te bereiken, was het noodzakelijk dat er niet alleen werd opgerukt naar deze vier bruggen. De Britse troepen moesten een perimeter om heel Arnhem leggen.

De westkant van die perimeter zou ten westen van Oosterbeek komen te liggen. Aan de noordzijde was het de bedoeling dat de Britten zich ten noorden van de Schelmseweg zouden ingraven. De omgeving rond Bronbeek vormde de noordoostkant van de Britse zone en Westervoort, ten oosten van de Ijssel de oostkant van de perimeter.

Via de spoorbrug bij Oosterbeek, de schipsbrug naar de Praets en de Rijnbrug moest de zuidkant van de perimeter worden veiliggesteld.

Verwachte Duitse tegenaanvallen moesten langs deze perimeter worden afgeslagen. Als de druk te groot werd, hadden de Britten nog voldoende mogelijkheden om huizen en straten op te geven en zich langzaam terug te trekken in de richting van de bruggen.

Bovendien zouden de Britten na twee dagen versterking krijgen van de Poolse luchtlandingstroepen. Die zouden oorsponkelijk samen met de Britse para’s op zondag 17 september al gedropt worden.

Dat plan kon echter niet doorgaan toen een week voor de landingen werd ontdekt dat er simpelweg te weinig transportvliegtuigen waren om alle troepen tegelijkertijd rond Arnhem te droppen.
Zelfs voor alle Britse troepen waren te weinig vliegtuigen. Een deel van de Britse para’s landde daarom op maandag 18 september.

Uit nood werd besloten de Poolse parachutisten met een extra ‘lift’ op dinsdag 19 september te droppen. Door slecht weer in Engeland konden de Polen echter pas op donderdag 21 september ingezet worden.

Als de grondoperatie van Market Garden naar verwachting zou lopen, zouden de Britten in Arnhem ergens tussen dinsdag 19 september en donderdag 21 september ontzet worden door de geallieerde grondtroepen, die dan zeker vanuit Nijmegen naar Arnhem konden oprukken. Was het idee.

Voor de landingen bij Arnhem hadden de geallieerden de beschikking over 1st Airborne Division, aangevuld met andere troepen en de piloten van de gliders. In totaal bestond de totale omvang van de troepen uit ongeveer 13.000 goedgetrainde soldaten, waarvan een groot deel gevechtservaring had opgedaan in Afrika.

101st Airborne
Wat weinig mensen weten is dat de 1st Airborne Division niet de eerste keuze was voor de landingen bij Arnhem. In een eerdere versie van het luchtlandingsplan zou bij Arnhem de Amerikaanse 101st Airborne Division landen. Deze divisie, internationaal bekend geworden door de TV-serie ‘Band of Brothers’, had in Normandië boven verwachting gepresteerd en hun ervaring zou in Arnhem goed van pas komen, werd gedacht.

Omdat het plan voor Market Garden uit de koker van de Britten kwam, was het politiek gezien beter om Arnhem, de hoofdprijs van de operatie, aan de Britse para’s te geven. De 101st Airborne kreeg het gebied rondom Eindhoven toegewezen.

Plan na de landingen
Na de landingen in de dropzones bij Wolfheze zouden de Britten in drie groepen optrekken naar de vooraf vastgestelde doelen: ‘Leopard’, ‘Tiger’ en ‘Lion’.

‘Leopard’ zou het gebied ten noorden van Arnhem rondom Burgers’ Dierenpark moeten bezetten. Via de Amsterdamseweg zou Leopard optrekken via de Schelmseweg en zich daar ingraven.

‘Tiger’ zou oprukken via de Utrechtseweg door Oosterbeek, dwars door het centrum van Arnhem naar de Rijnbrug. Daarna zou verder worden opgerukt in de richting van Westervoort.

‘Lion’ zou een route langs de Rijn nemen. ‘Lion’ was verantwoordelijk voor de zuidkant van de Britse zone en zou drie bruggen moeten veroveren. Eerst de spoorbrug bij Oosterbeek, daarna de schipsbrug tussen de Rijnkade en de Praets en daarna Rijnbrug.

Grote Duitse tegenstand werd in en om Arnhem niet verwacht. “Kinderen en oude mannen”. Meer dan dat verwachtten de geallieerden niet. Dat het geallieerde opperbevel er enorm naast zat, ontdekten de Britse soldaten al meteen na de landingen.

In en om Arnhem waren duizenden Duitse soldaten meer gelegerd dan waarop was gerekend. Kort na de landingen waren er al meer Duitse soldaten rond Arnhem dan Engelsen.

Hevige gevechten
Het liep, door een samenloop van heel veel verschillende factoren, allemaal heel anders dan de plannenmakers gehoopt hadden.

‘Leopard’ en ‘Tiger’ kwamen al snel na de landingen in hevige gevechten met Duitse troepen terecht. Daardoor kwam nooit iets terecht van een opmars in de richting van de oorspronkelijke doelen.

‘Lion’, onder leiding van kolonel John Frost, wist gevechten met de Duitsers aanvankelijk zoveel mogelijk te ontlopen. Pas bij de spoorbrug in Oosterbeek stuitten de troepen van Frost op serieuze Duitse tegenstand.

De sporen daarvan zijn bij het spoorviaduct aan de Benedendorpseweg nog altijd zichtbaar. In de stenen van het viaduct zijn de kogelinslagen nog altijd te zien.

Nadat de Britten de Duitse tegenstand bij de spoorbrug met enige moeite hadden uitgeschakeld, stuurde Frost een aantal van zijn mannen over de spoorbrug. Juist op dat moment bliezen de Duitsers de brug op.

Via de Klingelbeekseweg trok Frost met zijn mannen daarna verder. Omdat in Lombok bij het Elisabeth Gasthuis op dat moment gevochten werd tussen andere Britse soldaten en Duitse troepen, besloot Frost zijn mannen via de tuinen aan de Klingelbeekseweg en de Onderlangs naar het centrum te loodsen. Van daaruit bereikten de Britten al snel de schipsbrug.

De Duitsers hadden echter direct na de landingen een deel van de schipsbrug weg gevaren. Na de opgeblazen spoorbrug, kon Frost dus ook deze brug van zijn lijstje met doelen afstrepen.

Het hoofddoel van zijn opdracht lag echter binnen handbereik. Rond 20 uur op zondag 17 september bereikte Frost, samen met ongeveer 700 man, de Rijnbrug. Die werd op dat moment niet verdedigd. De Duitsers hadden niet verwacht dat de Britten langs hun verdedigingslinie rond het Elisabeth Gasthuis zouden sneaken.

Frost realiseerde zich op het moment dat hij de Rijnbrug bereikt, dat er van de oorspronkelijke Britse aanvalsplannen niets terecht zou komen.

Hij zette een verdedigingslinie op rondom de noordelijke oprit in de hoop dat de overige Britse troepen vanuit het westen de brug toch nog zouden weten te bereiken.

Twee dagen moesten zijn mannen het volhouden bij de brug. Twee dagen. Daarna zouden de grondtroepen vanuit het zuiden over de brug trekken en zou de slag om Arnhem alsnog gewonnen worden. Het liep anders. Ondanks een heldhaftige strijd bij de brug en in Oosterbeek, moesten de resterende Britse para’s acht dagen na de landingen teruggetrokken worden. Arnhem was een brug te ver.

Tags:

Tip!

Ga naar Boven

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten