Drie Britse krijgsgevangenen bij een Stug III van de 9e SS Pantserdivisie in Arnhem. De foto is hoogstwaarschijnlijk genomen op de Utrechtseweg op dinsdag 19 september 1944.

De Britten landden bovenop een SS-bataljon

in Luchtlandingen/Oosterbeek

Het opmerkingsvermogen en de daadkracht van één pientere Duitse majoor, heeft een belangrijke rol gespeeld in het verloop van de Slag om Arnhem op zondag 17 september 1944.

De man in kwestie was SS-Sturmbahnführer Sepp Krafft; commandant van het SS Panzer-Grenadier Depot en Reserve Bataljon 16. Dit was van oorsprong een opleidings- rekruteringsbataljon. Maar door de grote Duitse verliezen in Frankrijk was het bataljon als verdedigingseenheid toegevoegd aan het hoofdkwartier van veldmaarschalk Walter Model.

Model was na de ineenstorting van het Duitse front in Frankrijk benoemd tot bevelhebber over Legergroep B. Hij was verantwoordelijk voor stabilisatie van het front tussen de Zeeuwse kust en het Duitse Eiffelgebergte.

Model had zijn hoofdkwartier opgezet in Hotel de Tafelber in Oosterbeek. Het bataljon van Sepp Krafft bestond uit een kleine 500 soldaten die in de directe omgeving van dit hoofdkwartier gelegerd waren: Wolfheze, Oosterbeek en Arnhem.

Britse verkenners
De gevechtshandelingen rond Arnhem begonnen zondag 17 september 1944 rond 11 uur ’s ochtends. Jachtbommenwerpers en gevechtsvliegtuigen van de Britten bestookten het aanwezige luchtafweergeschut in de regio om de traag vliegende transportvliegtuigen en zweefvliegtuigen met daarin de Britse para’s te beschermen.

De eerste luchtlandingen waren die middag gepland tussen 14.00 en 15.00 uur. Maar door de luchtaanvallen die ochtend realiseerden de Duitsers zich dat er iets groots op stapel stond. Alle Duitse troepen in de wijde omgeving van Arnhem waren daarom al in de hoogste staat van paraatheid gebracht toen de Britten onderweg waren.

Om 13.30 uur werden bij de drie aangewezen landingszones ten westen van Wolfheze de eerste parachutisten gedropt. Dat was nog niet de hoofdmacht. De gedropte parachutisten waren verkenners die met markeringstekens de dropzones voor de naderende luchtarmada moesten aangeven.

De sprong van deze verkenners werd gezien door SS-Sturmbahnführer Krafft. De ervaren Duitse commandant realiseerde zich meteen dat de sprong van de parachutisten geen toeval was.

Krafft besefte dat de kans groot was dat een grote geallieerde luchtlandingsoperatie in het gebied op handen was. Er was volgens Krafft maar één logisch doel voor luchtlandingen bij Arnhem, en dat waren de bruggen over de Rijn.

Vededigingslinie
Krafft aarzelde geen moment. Hij informeerde het hoofdkwartier en om 13.40 uur, nog voordat de Britse hoofdmacht bij de dropzones was aangekomen, had de SS-commandant zijn eigen troepen gealarmeerd. Tussen Wolfheze en Arnhem waren volgens Krafft maar een paar logische routes in de richting van de stad.

Kraffts bataljon bestond uit iets meer dan 400 soldaten. Dat was te weinig om alle wegen tussen het Britse landingsgebied en de stad te blokkeren. Krafft koos er daarom voor om zijn verdedigingslinie te concentreren rond de twee belangrijkste wegen: de Utrechtseweg en de Amsterdamseweg.

En dus lagen de mannen van Krafft bij Oosterbeek klaar toen de Britse para’s na de landingen bij Wolfheze via deze wegen optrokken in de richting van Arnhem. Het 1e en 3e bataljon van de Britse 1st Parachute Brigade werden hier door de fanatieke soldaten van Krafft tegengehouden. Het 2e bataljon van John Frost liep langs de zuidelijke route naar Arnhem en ontweek daarmee de linie van Krafft.

De Britse troepen waren stomverbaasd toen zij ontdekten dat zij op goed ingegraven Duitse tegenstanders stuitten. Die beschikten bovendien over meer zware wapens dan de lichtbewapende para’s.

In de eerste uren na de landing ontregelde de verdedigingslinie van Krafft de pogingen van de Britten om in de richting van Arnhem op te trekken. De airborne-troepen werden daarbij gehinderd door gebrekkige communicatie.

De paratroopers waren uitgerust met radio’s die de grote afstand tussen de verschillende eenheden niet konden overbruggen. De Britse troepen wisten daardoor van elkaar niet waar zij waren. Duitse tegenstand kon niet doorgegeven worden.

Kortom: de eerste paar uur na de landingen verliep chaotisch en desastreus voor de Britten. Luchtlandingstroepen moeten het hebben van het verrassingseffect. Doordat de Britten zo’n beetje bovenop het SS-bataljon van Krafft waren geland, was van een verrassingseffect totaal geen sprake.

Door de grote afstand tussen de landingsgebieden en Arnhem hadden de Duitsers bovendien voldoende tijd om een uitgebreide verdediging op te zetten. De relatief kleine gevechtseenheid van Krafft wist de veel grotere Britse troepen urenlang tegen te houden.

In de avond van 17 september trok Krafft zijn bataljon terug in de richting van Arnhem om te voorkomen dat hij afgesneden werd. In Arnhem waren toen de eerste Duitse versterkingen al gearriveerd.

Zelf vond Krafft dat hij vanwege zijn acties na de luchtlandingen op zijn minst een ridderkruis had verdiend. Die heeft hij niet gekregen. Hij moest zich tevreden stellen met een kort bedankbriefje dat hij een paar maanden later kreeg van Heinrich Himmler.

Twee pantserdivisies
Veldmaarschalk Walter Model had in de tussentijd zijn hoofdkwartier in allerijl geëvacueerd. Model dacht aanvankelijk dat de Britten het op hem, de belangrijkste Duitse militair in de regio, hadden gemunt.

Toen hij hoorde dat er ook bij Eindhoven, Grave en Nijmegen geallieerde troepen waren geland, concludeerde hij net als Krafft dat de bruggen in Arnhem het doel van de landingen bij Arnhem waren.

Ook Model, die bekend stond om zijn improvisatietalent, reageerde razendsnel. Iedereen in de regio Arnhem die maar een geweer kon dragen, werd door Model in de richting van de Britten gestuurd. En dat waren nogal wat Duitse troepen.

Er waren duizenden Duitse soldaten meer aanwezig in de buurt van Arnhem dan waar het Britse opperbevel op gerekend had. Ten noorden van Arnhem bevonden zich twee geharde SS pantserdivisies. De 9e SS pantserdivisie Hohenstaufen en de 10e SS pantserdivisie Frundsberg. De divisies waren samen goed voor ongeveer 7.000 ervaren soldaten.

Allebei deze divisies hadden in juli en augustus in Frankrijk gevochten en hadden daarbij zware klappen opgelopen. Zowel de 9e als de 10e pantserdivisie werden daarom begin september teruggetrokken uit de frontlinie om opnieuw uitgerust te worden en om de verliezen aan te vullen. Dat gebeurde ten noorden en oosten van Arnhem.

Nederlands verzet
De aanwezigheid van de twee pantserdivisies was door het Nederlandse verzet aan de Engelsen doorgegeven. Die weigerden echter te geloven dat de informatie van het Nederlandse verzet klopte.

De Britten waren er vast van overtuigd dat zij allebei de pantserdivisies bij de strijd in Frankrijk volledig hadden vernietigd en dat de restanten die blijkbaar in Arnhem aanwezig waren geen serieuze rol van betekenis konden spelen.

Door de massale aanwezigheid van zoveel Duitse troepen is lang gedacht dat de plannen voor Market Garden verraden waren, bijvoorbeeld door de Nederlandse dubbelspion King Kong.

Hoewel het lastig is om iets dat er niet is te bewijzen, wordt inmiddels door historici algemeen aangenomen dat verraad in hoge mate onwaarschijnlijk is. Toeval en pech speelde een hoofdrol bij het grote aantal Duitse troepen dat aanwezig was in de regio.

De daadkracht en de snelle reactie van de Duitsers meteen na de luchtlandingen zorgde ervoor dat de zwaktes in het plan van veldmaarschalk Montgomery meteen al zichtbaar werden.

Tags:

Tip!

Ga naar Boven

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten