Een gewonde soldaat wordt naar een noodhospitaal gebracht in de buurt van hotel Hartenstein.

De situatie in de Britse perimeter in Oosterbeek wordt onhoudbaar

in Oosterbeek

“Het was een wanhopige, vreselijke dag.” Die conclusie trok generaal Roy Urquhart aan het eind van zondag 24 september over de situatie in Oosterbeek. Na meer dan een week lang van onafgebroken gevechten en doorlopende mortierbeschietingen op de Britse posities, waren de airborne-troepen de uitputting nabij.

Doordat de meeste voorraden die door de RAF gedropt werden terecht kwamen bij de Duitsers, was er een groot gebrek aan voedsel, medische voorraden en munitie binnen de hoefijzer-vormige sector die de Britten in Oosterbeek bezet hielden.

Vrijdag 22 september hadden de geallieerde grondtroepen de zuidoever van de Rijn al bereikt, maar de Poolse Parachutisten Brigade en de 43e Wessex Divisie die zich tegenover de Britten in Oosterbeek bevonden, hadden door gebrek aan boten maar weinig doen om de belegerde Airborne-divisie te ontzetten. De voorgaande dagen hadden slechts 200 Poolse soldaten de oversteek over de Rijn kunnen maken.

Het plan van generaal Horrocks, de commandant van de grondtroepen, was nog altijd om door te stoten naar de noordkant van de Rijn. Nu dat niet via de Rijnbrug bij Arnhem kon, moest het maar via het bruggenhoofd dat het restant van de Airborne Divisie nog altijd in handen had. Maar een oversteek om de Britten in Oosterbeek te ontzetten liet nog altijd op zich wachten.

En dus hielden de Britten met de moed der wanhoop stand terwijl de Duitsers hun mortierbeschietingen op de Britse posities ook op zondag 24 september voortzetten. Via kleine, gerichte aanvallen op zwakke Britse posities probeerden de Duitsers de Britse sector verder in te perken.

Urquhart: “Op sommige plaatsen drongen de Duitsers door onze linies, maar met heldhaftige tegenaanvallen werden zij verdreven.”

De 200 Poolse parachutisten die de Britse airbornes hadden versterkt, waren onthutst toen ze zagen hoe de Britten eruit zagen. “Iedereen had rode ogen door het slaapgebrek en witte lippen door het gebrek aan water”, aldus de Poolde korporaal Korob.

Doodop
Na de Slag om Arnhem beschreef generaal Urquhart een incident dat zondag 24 september plaatsvond in de buurt van de spoorlijn aan de noordkant van de Britse verdedigingslinie.

“Iedereen was doodop. In het half-ingestorte huis dat de King’s Own Scottish Borderers gebruikten als hoofdkwartier liet kolonel Payton-Reid een vergadering houden aan een tafel die met gruis bedekt was. Er waren vier man aanwezig. Payton-Reid hoorde zichzelf in de verte praten. Iemand was met zijn hoofd op tafel in slaap gevallen. Er viel nog iemand in slaap. Nu dommelden ze alle vier. Even later schrok Payton-Reid wakker en wekte hij de drie anderen.”

Die middag was er een pauze van een paar uur in de gevechten. Kolonel Warrack, de hoogste Britse arts in Oosterbeek, was een staakt het vuren overeengekomen met de Duitsers om zoveel mogelijk gewonden af te voeren naar ziekenhuizen in de omgeving.

Een ander voorval wordt beschreven in het boek van historicus Antony Beevor over de Slag om Arnhem.

Tijdens het staakt het vuren ontdekte een Poolse parachutist voor de loopgraaf die hem was toegewezen het lichaam van een Britse soldaat. De Pool was bang dat het lichaam zou ontbinden. Samen met een andere soldaat besloten ze het lichaam in een andere loopgraaf te gooien en te begraven. Maar op het moment dat ze het lichaam bij de armen en benen oppakten, opende de soldaat verbaasd zijn ogen. Hij lag alleen van de zon te genieten tijdens de wapenstilstand en was in slaap gevallen.

Een van de gewonden die tijdens de wapenstilstand naar het Elisabeth Gasthuis werd gebracht, was generaal Hackett. Hackett was die ochtend gewond geraakt door een mortiergranaat. In het Elisabeth Gasthuis bevonden zich zodoende nu twee Britse generaals. Eerder tijdens de Slag om Arnhem was ook generaal Lathbury gewond geraakt.

Beide Britse generaals werden na de Slag om Arnhem door de Arnhemse verzetsman Piet Kruijff uit het ziekenhuis gesmokkeld. Zowel Lathbury als Hackett wisten de Britse linies weer te bereiken.

Het staakt het vuren op zondag 24 september was een welkome onderbreking geweest van de beschietingen in Oosterbeek. Maar de Duitsers hervatten daarna met alle 110 stukken geschut die zij rond Oosterbeek hadden geplaatst weer de beschietingen.

De Duitse legerleiding was bang dat de geallieerde grondtroepen erin zouden slagen om de Britten in Oosterbeek te ontzetten. Om die reden was de druk op generaal Bittrich groot om de Britten zo snel mogelijk te vernietigen.

Maar ondanks de uitputting, het gebrek aan voedsel en munitie, de onafgebroken mortierbeschietingen en de gevechten tegen de Duitse troepen, hield de Britse perimeter stand.

Urquhart: “We hadden het nog een dag uitgehouden.”

Tip!

Ga naar Boven

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten