Landingszone LZ-S op zondag 17 september. De branden op de achtergrond zijn bij Wolfheze, waar Duitse doelen eerder op die dag door de geallieerden werden gebombardeerd.

Een halve airborne-divisie, uitgesmeerd over 11 kilometer

in Arnhem/Luchtlandingen/Oosterbeek

Een onderbelicht aspect van de Slag om Arnhem is de onmogelijke opgave waar de 1e Britse Luchtlandings Divisie voor gesteld werd op de eerste dag van de landingen.

In de eerste versie van de plannen voor Operatie Market Garden, zouden alle Britse paratroopers al op de eerste dag van de operatie landen in het operatiegebied bij Arnhem. Maar al snel kwamen de plannenmakers er achter dat de geallieerden te weinig vliegtuigen tot hun beschikking hadden.

Er zouden op de dag van de landingen niet alleen luchtlandingstroepen landen bij Arnhem, maar ook bij Eindhoven, Son, Grave en Nijmegen. Daardoor konden niet alle troepen in een keer naar Arnhem vervoerd worden.

Wat daarbij meespeelde was dat de Britse plannenmakers een verkeerde inschatting hadden gemaakt. In de originele plannen voor Market Garden, die door de Britse generaals Boy Browning en Miles Dempsey waren uitgewerkt, was ervan uitgegaan dat ieder transportvliegtuig twee zweefvliegtuigen kon slepen.

De commandant van het Troepentransportcommando, de Amerikaanse generaal Bill Williams, zette daar een streep door. Vanwege de afstand hadden de transportvliegtuigen te weinig brandstof om twee zweefvliegtuigen te slepen. Alleen een enkele sleep was mogelijk. Daardoor kon slechts de helft van het aantal sleepvliegtuigen de lucht in gaan.

Browning en Dempsey vroegen zich af of twee ‘airlifts’ op één dag mogelijk waren, maar medio september waren de dagen relatief kort en de ochtenden vaak mistig, zowel in Engeland als in Nederland. Volgens Williams waren twee starts per dag daardoor onmogelijk.

En dus zat er voor Browning en Dempsey niets anders op: de landing van de volledige 1e Britse Luchtlandings Divisie en de landing van de 1e Poolse Parachutisten Brigade zou verspreid over drie dagen moeten plaatsvinden.

5.200 Britse troepen
Om die reden landden op zondag 17 september 1944, de eerste dag van Market Garden, slechts 5.200 van de 12.000 Britse en Poolse soldaten uit de oorspronkelijke plannen in de buurt van Arnhem.

Omdat ook op maandag 18 september en op dinsdag 19 september luchtlandingen zouden plaatsvinden, was het noodzakelijk dat de landingsgebieden bezet werden gehouden door de Britse troepen.

Slechts een beperkt deel van de airborne-troepen die op 17 september landden, had om die reden ook daadwerkelijk de taak om op te rukken naar Arnhem. Feitelijk werd alleen de 1e parachutisten brigade in de plannen op de eerste dag ingezet als aanvalseenheid.

In drie verschillende routes zouden ze vanaf de landingszones ten westen van Wolfheze de elf kilometer lange tocht naar Arnhem maken. Het 1e bataljon zou de ‘Leopard-route’ nemen. Dit was de noordelijke route via de Amsterdamseweg.

Het 3e bataljon zou de ‘Tiger-route’ nemen. Deze liep via de Utrechtseweg via Oosterbeek en het Elisabeth Gasthuis naar het centrum van Arnhem. Het 2e bataljon van de 1e parachutisten brigade onder leiding van kolonel John Frost, had de taak de oeververbindingen over de Rijn veilig te stellen.

Het is een misvatting dat Frost alleen de Rijnbrug moest veroveren, zoals veel mensen denken. Naast de Rijnbrug, moesten de mannen van Frost ook de spoorbrug bij Oosterbeek en de schipbrug in het centrum van Arnhem veiligstellen.

De spoorbrug werd echter bij de nadering van de Britten opgeblazen door de Duitsers. Een deel van de schipbrug werd door de Duitsers eenvoudig weggevaren en in de ASM-haven gelegd.

De verkenners van het Reconnaissance Squadron van Freddie Gough had wel de opdracht gekregen om in jeeps rechtstreeks naar de brug te racen om deze te veroveren op de Duitsers. Door problemen bij het uitladen uit de zweefvliegtuigen en de Duitse tegenstand, arriveerde Gough echter pas na John Frost bij de Rijnbrug.

Onmogelijke opdracht
Alles bij elkaar was de opdracht die de Britten bij Arnhem hadden op zondag 17 september onmogelijk.
Iets meer dan 5.000 Britse airbornes hadden de taak om in vijandelijk gebied van Wolfheze tot aan de Rijnbrug een bruggenhoofd te vormen: een gebied van ruim elf kilometer.

Hoewel de Rijnbrug bij Arnhem het hoofddoel was van de luchtlandingsoperatie, hadden de Britse parachutisten de opdracht meegekregen om een verdedigende perimeter rondom Arnhem te realiseren. Die perimeter zou in het noorden ter hoogte van de Schelmseweg lopen.

In het oosten was het de bedoeling dat de Britten de brug over de IJssel bij Westervoort bezet hielden. In het zuiden zouden de Britten Elden en Malburgen bezet moeten houden en in het westen zouden de troepen van de Kings Own Scottish Border (KOSB) de landingszones en dropzones ten westen van Wolfheze moeten verdedigen tegen aanvallen van de Duitsers.

Het was zelfs zónder de aanwezigheid van Duitse troepen een enorme opgave geweest om deze doelen binnen 24 uur te realiseren.

Dankzij de grote Duitse troepenmacht in de buurt van Arnhem én de razendsnelle reactie van de Duitsers na de luchtlandingen was een paar uur na de luchtlandingen bij Arnhem al duidelijk dat de oorspronkelijke plannen voor Operatie Market Garden in het landingsgebied bij Arnhem de prullenbak in konden.

Tip!

Ga naar Boven

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten